|
|
Artikel |
|
Ik roep op een stille manier |
| UIT EEN GESPREK MET STEFAAN VAN BIESEN. | |
|
| |
|
Stefaan van Biesen is 55. Kunstenaar. Grote genegenheid voor de denkwereld en het werk van wijlen Joseph Beuys. Lid van de Milena (www.themilena.com), een denktank ‘waarin mensen uit verschillende landen en disciplines elkaar vinden om samen na te denken over de grensoverschrijdende aspecten van cultuur, taal, kunst, wetenschap, ecologie, gezondheid.’ Een gesprek rond De Sleep en De Ent, over het versmelten van natuur en cultuur. | |
|
Stefaan van Biesen: ‘Soms gebeuren dingen die je als het ware het finale bewijs leveren dat je goed bezig bent. Toen ik voor het psychiatrisch verzorgingstehuis in Torhout De Ent had gemaakt, besliste men om het gebouw zelf zo te noemen. Het psychiatrisch verzorgingstehuis De Ent. Dat vond ik een zeer mooi cadeau. Ook en vooral omdat het erop wees dat die mensen de interactie tussen de plek en het kunstwerk als een vorm van eenheid aanvoelden. Als dat gebeurt, kan je echt van integratie spreken. Niet iedereen voelt dat op dezelfde manier aan, dat is normaal. Vaak maak ik, zoals daar in Torhout, werk dat nagenoeg oplost in de natuur. Sommige mensen hebben daar een probleem mee, ze vinden dat te efemeer. Maar goed, ook dat is nu precies één van de bedoelingen van kunst, dat je vragen oproept, weerstand als het moet. Al probeer ik in mijn kunst dan toch vooral om mensen te leren kijken naar de samenspraak met de plek. Dat vind ik een heel rijke belevenis. | |
|
Het werk in Torhout bestaat uit een lange afgebroken tak, gemaakt uit een glasachtig polyester en gedragen door enkele gevorkte metalen staven. De doorzichtige substantie geeft lichtheid aan de sculptuur, ten teken van hoop: de tak sterft niet, hij houdt een belofte in van groei, van hunkering naar het leven. Zo staat het werk ook symbool voor de psychiatrische patiënt die weer aansluiting zoekt bij de samenleving. De ent zoekt contact met de moederboom, zoals wij ons proberen aan te sluiten bij de maatschappij. | |
'de
Ent' 2005 foto: : ©Marco Cosaert
|
|
|
Tegelijk heb ik willen refereren aan oude boomgaarden mede omdat het gebouw voor mij een sfeer van kloostergang oproept. Ik heb trouwens zelf de bomen gekozen die daar mogen bloeien. In samenspraak met de mensen van het tehuis, uiteraard, in respect dus. | |
|
Het is belangrijk dat je standpunten inneemt in het leven. Maar ook dat je daar dan voedsel voor zoekt, in dialoog met anderen – en door op betekenisvolle plekken te komen en als kunstenaar te tonen hoe we met ons patrimonium, en dus ook met onze natuur, kunnen en moeten omgaan. Zo neem ik een standpunt in. Op een stille manier, dat is waar. Ik roep, maar op een stille manier.’ | |
| ‘Mijn werk voor het Gentse wijkgezondheidscentrum De Sleep is in zekere zin abstracter tot stand gekomen, om de eenvoudige reden dat er nog niets gebouwd was. Maar ik had natuurlijk wel zicht op plannen en maquette, en bovendien kon ik tijdens het hele proces mijn werk continu herdenken – altijd weer in samenspraak met. Met de architectuur, met de plek, met de mensen die er werken, de mensen die het centrum bezoeken. Sommigen denken dat de architectuur je dan eigenlijk beperkt als kunstenaar. Maar het omgekeerde is vaak waar, goede architectuur werkt veeleer bevrijdend. | |
|
De Sleep is een ontmoetingsplaats voor een grote omgeving, en voor vele culturen ook. Er hangt veel geluid in het gebouw, het gonst er van bedrijvigheid – en zo ben ik tot De Zwermer gekomen, een combinatie eigenlijk van een bijenkorf en een klok, maar met de galmgaten van een strijkinstrument. In licht materiaal, want het kunstwerk moet open zijn, vind ik, ook dat is integratie. En van het een kwam het ander. Ik heb daar veel met mensen gesproken, ontdekt dat wie daar werkt op de eerste plaats moet kunnen luisteren. | |
|
Zo ben ik op het idee van de luisterende oortjes gekomen, ik noem ze (f)luisterschelpen, die hangen daar nu op verschillende plaatsen tegen de muur. | |
|
En ten slotte zin er de vijf meter lange foto’s. Twee met de computer grafisch bewerkte panorama’s van mensen die in een bevreemdend bijenlandschap staan. Bijenkorven, mensen, bijenzwermen. Dat werk is misschien nog het meest prikkelend bedoeld, om nat te kijken en over te reflecteren. Ik heb iets met bijen. In mijn werk verwijs ik vaak naar de bijenwereld, een fascinerende wereld met een vernuftig biologisch systeem. Een fragiele, zorgende maatschappij. Elk diertje is een kleine schakel in een geheel. Een noodzakelijke schakel, want dit systeem behoedt het ganse nest voor ziekte. Het is een natuurlijk, oeroud, zichzelf beschermend organisme.’ | |
|
‘Wat ik in wezen doe, ook nu in mijn ontwerp voor de nieuwe grote keuken van het Guislain in Gent, is om met weinig middelen het maximum te zoeken aan integratie en dialoog. Het zal je niet verbazen dat ik oneindig veel hou van het concept en de kracht van de arte povera. Ik neem plaats op een imaginair podium en probeer door een welgekozen beeld de andere in stilte aan te spreken. In de hoop dat mijn kunst ook een beetje troost biedt aan de mens die zoekt.’ | |
|
Uit ‘DE GESCHIKTE PLEK.’ | |
| Laurens de Keyzer | |
|
|
|
|
|
|